Kunstmatige intelligentie in het onderwijs. Foto: NOLAI

Kunstmatige intelligentie in het onderwijs. Foto: NOLAI

NIJMEGEN - Geen kind is gelijk en dus moet ook het onderwijs dat hen wordt aangeboden op maat zijn. Een lastige opgave in klassen met vaak meer dan dertig kinderen. Maar de computer kan helpen door taken over te nemen en in te schatten welke opdracht een leerling moet krijgen. Donderdag is op de Nijmeegse Radboud Universiteit het Nationaal Onderwijs Lab Artificiële Intelligentie (NOLAI) geopend. Daar onderzoeken ze hoe kunstmatige intelligentie in het onderwijs de leerkracht en leerlingen kan ondersteunen.

Inge Molenaar is wetenschappelijk directeur van het NOLAI. Zij legt uit dat we in het dagelijks leven al omringd worden door Artificiële Intelligentie (AI). Google gebruikt het bij zoeken naar de juiste resultaten en ook de navigatie in je auto. Molenaar: “ Je voert wel de route in, maar de navigatie bepaalt vervolgens zelf de snelste route en past die aan op basis van actuele informatie op de weg.”

Oplossing voor lerarentekort?

Daarmee neemt AI dus een deel van het handelen van mensen over en laat een zeker mate van intelligentie zien. Molenaar is de eerste om die intelligentie te relativeren. “Dan krijg je nog best vaak de opmerking van: het is eigenlijk nog best dom. Ja, inderdaad. Het is geen intelligentie in de zin van slim, maar het gaat erom dat de computer taken overneemt.”

En dat kan nou juist handig zijn in het onderwijs. Zo kan het leerkrachten ondersteunen bij administratieve taken. Inge Molenaar: “We doen dat ook met het doel om het onderwijs leuker te maken.” Molenaar vertelt lachend dat ministers wel eens vragen of AI het lerarentekort kan oplossen.

Het kost je in eerste instantie meer tijd

Niet dus, zo legt zij uit. “Het kost in eerste instantie juist meer tijd, want leraren moeten opgeleid worden om ermee te werken.” Het doel van AI in de klas is volgens Molenaar dan ook niet om leraren te vervangen, maar om ze te ondersteunen zodat ze zelf meer tijd overhouden voor persoonlijke interactie met een leerling.

Sommige scholen huiverig voor digitalisering

De verschillen tussen leerlingen in het onderwijs worden steeds groter merkt Molenaar. Er zijn dus steeds meer leerlingen met verschillende niveaus. Met zogenoemde adaptieve technologie kun je makkelijk opgaven aanbieden die aansluiten op het niveau van de desbetreffende leerling. Zo’n 60 procent van de basisschoolleerlingen werkt al met dergelijke computerprogramma’s als Snappet en Gynzy.

Er zijn ook scholen die huiverig zijn voor het gebruik van digitale leermiddelen. Zo kwam er onlangs forse weerstand vanuit de medezeggenschapsraad op de Nijmeegse Vrije School Meander, toen leerkrachten van de hogere klassen vroegen om de invoering van een digibord. Inge Molenaar kent de kritiek van sommige scholen. “Ik weet dat vernieuwende scholen in het algemeen moeite hebben met adaptieve leermiddelen. Die scholen vinden vaak dat er meer vanuit de vraag van het kind zelf gewerkt moet worden.”

Leraar wordt niet vervangen

De wetenschappelijk directeur van het NOLAI geeft toe dat er naast voordelen, ook nadelen zitten aan het gebruik van AI in de klas: “Het heeft consequenties voor de privacy van kinderen en voor de autonomie van de leraar, want je gaat toch taken overdragen aan een systeem. Het is zaak om die technologie zo in te zetten dat die de leerkracht ondersteunt, maar niet vervangt. Ook moet het de leerling ondersteunen, maar niet het leerproces overnemen.”

De huidige generatie adaptieve leermiddelen is wel vrij dwingend in welke opdracht de leerling op dat moment moet doen. Dat is juist één van de dingen die het NOLAI wil veranderen. Zo werken ze samen met de Montessori basisschool in Nijmegen volgens het concept van 'gebonden vrijheid'. Inge Molenaar legt uit dat kinderen op die school heel vrij zijn in het kiezen van het lesmateriaal, omdat ze dan zelf aan hun eigen leerdoelstellingen kunnen werken. Molenaar: “Op zich is dat heel mooi maar ook daar merken ze dat het moeilijk is voor kinderen om dan uit het enorme aanbod de juiste dingen te kiezen.”

De computer kan het kind daarbij volgens Inge Molenaar helpen, zonder exact voor te schrijven welke opdracht precies gedaan moet worden. “Daarmee beperk je de keuze tot op zekere hoogte maar je geeft kinderen toch nog voldoende ruimte om zelf te kiezen.”

Deel dit artikel