Politiechef Aart Garssen. Foto: Omroep Gelderland

Politiechef Aart Garssen. Foto: Omroep Gelderland

NIJMEGEN - De politie Oost-Nederland pakt een op de negen aangiftes niet op vanwege een gebrek aan personeel. De aantallen in deze regio liggen hoger dan in andere politieregio’s in ons land. Dat komt naar voren uit cijfers over 2021, die door de NOS en Omroep Gelderland zijn opgevraagd.

De Politie Oost-Nederland kreeg vorig jaar 111.153 aangiftes binnen, waarvan een onderzoeksdossier werd opgemaakt. Die aangiftes variëren van fietsendiefstal, online stalking tot drugsoverlast. Daarvan is 11,7 procent vroegtijdig beëindigd. Dat wil zeggen dat er vorig jaar 13.000 zaken in onze regio niet in behandeling werden genomen. Incidenten waarbij burgers veelal met vragen achterblijven.

'Strafrecht is niet altijd het beste middel'

Politie Oost-Nederland steekt er bovenuit met dit soort getallen. En niet alleen omdat het landelijk de grootste regio in zijn soort is. Hoe kan dat? Aart Garssen, districtschef Gelderland-Zuid en 'portefeuillehouder ketensamenwerking' wijst op de manier waarop de politie zaken die binnenkomen screent:

"We maken heldere afspraken met het Openbaar Ministerie wat we wel en wat we niet gaan doen. Dat wil zeggen: zoveel mogelijk aan de voorkant kijken welke aanpak het beste is. schadeafhandeling, stopgesprek, bemiddeling, hulpverlening, strafrecht? We willen kiezen voor die zaken waarbij strafrecht de beste interventie is. En dat betekent dat we ook regelmatig zeggen dat strafrecht niet het beste middel is."

Maar welke zaken worden dan niet opgepakt? Aart Garssen: "Dat kunnen dus zaken zijn waar onvoldoende bewijs aanwezig was, of zaken waar een andere interventie dan strafrecht effectiever is maar ook in alle eerlijkheid: zaken waar we onvoldoende capaciteit voor hebben. Ja, dat zijn lastige keuzes. We doen het immers als eerste voor de slachtoffers."

In januari publiceerde Omroep Gelderland al over capaciteitsproblemen bij de politie. Destijds liepen er nog anti-coronamaatregelendemonstraties. Inmiddels zijn de zorgen er niet minder om geworden. De politie is - zeker ook in de regio Oost Nederland - enorm druk met de aanpak van boerendemonstraties. Garssen: "Als die zouden stoppen, zouden we al die capaciteit aan andere zaken kunnen besteden."

Zie ook: Politie Oost-Nederland kraakt onder personeelstekort

43.000 zaken wel opgepakt, maar nog niet afgemaakt

Dat veel zaken blijven liggen komt verder veelal wegens onvoldoende aanknopingspunten. En dat heeft ermee te maken dat zaken complexer zijn geworden, zoals cybercrime. De politie registreert daarom niet alleen onderzoeken die bij voorbaat worden gestaakt. Maar ook de dossiers waar agenten en rechercheurs wel mee aan de slag gaan, maar die ze na verloop toch naast zich neer leggen. In Oost-Nederland ging het in 2021 om 43.000 van dit soort 'plankzaken'.

Garssen: "Ook hier ligt er voor ons een taak dat we naar de burger toe goed toelichten dat er meer werk ligt dan we aankunnen. En dat het afhankelijk van de impact van de zaak is of het wel of niet met opsporing wordt opgenomen. Liever kies ik voor de warmere aanpak. Als de zaak groter is, zit er een familierechercheur op. Die kan op ieder moment antwoord geven op vragen die er leven bij slachtoffers en nabestaanden."

Oost-Nederland ligt ook voorop met oplossingspercentage
De eenheden waar vorig jaar de meeste zaken zijn stopgezet wegens capaciteitsgebrek zijn Oost-Nederland, Oost-Brabant en Rotterdam. Toch lukt het deze eenheden om in relatief veel zaken een verdachte op te sporen. Gemiddeld lukt dat in een kwart van de zaken, maar in bijvoorbeeld Oost-Nederland ligt de score zelfs op 29 procent. Het bewijst volgens de politie dat hoe beter aangiften vooraf worden geselecteerd, hoe effectiever de beschikbare opsporingscapaciteit kan worden ingezet op de belangrijkste en meest kansrijke zaken.

Deel dit artikel