Lead Image 1:
Lead image TXT 1: Beeld van Titus Brandsma op de Radboud Universiteit Nijmegen. Foto: OG
Lead Image 2:
Lead image TXT 2: Portret van Brandsma in de Titus Brandsma kerk in Nijmegen. Foto: OG
Tekening die een medegevangene in Dachau maakte van Titus Brandsma. Foto: Omroep Gelderland

Tekening die een medegevangene in Dachau maakte van Titus Brandsma. Foto: Omroep Gelderland

NIJMEGEN - Hij wordt gezien als de grootste Nijmegenaar aller tijden, naar wie onder meer kerken, straten en scholen zijn vernoemd: de katholieke Titus Brandsma, die in 1985 zalig werd verklaard door de kerk in Rome en nog altijd geldt als een inspiratiebron voor velen. Zondag 15 mei wordt hij door paus Franciscus zelfs heilig verklaard. Maar wie was Titus Brandsma en wat is zijn band met Nijmegen?

Brandsma werd in 1881 in Friesland geboren als Anno Sjoerd Brandsma. De naam Titus koos hij als zijn kloosternaam, na zijn intrede in de Karmelorde.

De Karmelorde is een religieuze orde van broeders, zusters en leken, die is ontstaan in het begin van de dertiende eeuw op de berg Karmel in Israël.

In 1923 wordt hij hoogleraar (wijsbegeerte en mystiek) aan de dan opgerichte Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1932 wordt hij daar rector magnificus. Hij is populair onder jongeren, omdat hij zich inzet voor de vernieuwing in het katholicisme.

Brandsma laat ook op journalistiek vlak van zich horen. Hij publiceert veel en is van 1919 tot aan zijn vertrek naar Nijmegen hoofdredacteur van het Nieuwsblad De Stad Oss. In 1935 wordt hij door aartsbisschop Jansen benoemd tot geestelijk adviseur van de katholieke journalistenvereniging.

Beeld van Titus Brandsma op de Radboud Universiteit Nijmegen - Foto: OG

In de jaren dertig waarschuwt Brandsma vaak tegen de gevaren van het opkomend nationaalsocialisme. Tijdens de eerste bezettingsjaren blijft Titus zich verzetten, vooral via onderwijs en journalistiek. In 1941 verzet hij zich tegen het verwijderen van joodse leerlingen en bekeerlingen van katholieke middelbare scholen en roept hij rooms-katholieke dagbladen op NSB-advertenties te weigeren.

Op 30 december 1941 maakt Brandsma met de aartsbisschop een rondgang langs de katholieke dagbladdirecteuren, om het verbod toe te lichten. De Duitsers zien dit als ondergrondse activiteit en beschouwen hem als een gevaarlijk persoon, die het nazisme bestrijdt.

Portret van Brandsma in de Titus Brandsma kerk in Nijmegen - Foto: OG

Daarom arresteert de Gestapo hem begin 1942. Er volgen enige weken ondervraging op het bureau van de Sicherheitsdienst op het Binnenhof in Den Haag. In deze periode schrijft hij onder andere het geschrift Mijn cel - Dagboek van een gevangene.

Fragmenten uit dagboek van een gevangene: "Ja, ja, het is wat, op 60-jarige leeftijd nog in de gevangenis te komen."(…) Ik begrijp intussen dat men de houding van de bisschoppen en van de katholieke pers niet aangenaam vindt en de opdracht van de aartsbisschop, aan mij gegeven en door mij vervuld, toch enigszins beschouwt als een daad van verzet op grond van onze katholieke beginselen tegen iets, dat naar onze mening daarmee in strijd is. De tegenstelling van de beginselen is er. Voor de belijdenis ervan lijd ik met vreugde, wat er voor geleden moet worden."

Uiteindelijk komt Titus Brandsma in Dachau terecht. Daar is hij volgens getuigenissen van voormalige kampgenoten een grote morele, spirituele en daadwerkelijke steun voor zijn medegevangenen. Na enkele weken vol ontberingen en mishandelingen wordt Brandsma, die toch al kampt met een levenslange wankele gezondheid, uitgeput en doodziek in het kamphospitaal opgenomen. Daar krijgt hij op 26 juli 1942 een dodelijke injectie van een kamparts.

Zie ook: Door dit wonder wordt Titus Brandsma heilig verklaard

Deel dit artikel